Beste lezer,

Ik wil je graag betrekken bij mijn dagelijkse opdracht. Daarom verstrek ik je zoveel mogelijk informatie. Met deze website wil ik je graag informeren over allerlei zaken, die jou kunnen aanbelangen: preventie van criminaliteit, de procedure voor het rampenfonds, alles over de jachtverloven,… Via het overzicht van alle medewerkers weet je meteen bij wie je met je vraag terecht kan. Je kan ook mijn dagelijkse activiteiten volgen. Ik wens je veel leesplezier en inspiratie!

Carl Decaluwé

noodplanning

Noodplanning

Rampenbestrijding, de opmaak van noodplannen en de organisatie van rampoefeningen zijn opdrachten die de gouverneur nauw aan het hart liggen. Noodplannen kunnen geen rampspoed voorkomen maar zijn van groot nut om de sociale desorganisatie en de schadelijke gevolgen die een catastrofe met zich meebrengt, te bestrijden. 

volg ons op facebook

(verdere info: www.west-vlaanderen.be/veiligheid)

De gouverneur en zijn voorname rol in hoogdrempelige Sevesobedrijven

Sevesobedrijven zijn bedrijven die door de aanwezigheid van een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen onder de Europese Sevesorichtlijn vallen. Deze richtlijn is ontstaan door een chemische ramp in het Noorden van Italië, meer specifiek in het stadje Seveso (vandaar de naam Sevesobedrijven).  Bij deze ramp kwam een dioxine vrij. Door dit ongeval besloot de Europese gemeenschap om wetgeving uit te werken om een betere bescherming te bieden aan mens en milieu tegen de gevaren en gevolgen van industriële ongevallen.

De richtlijn stelt onder andere de drempels vast van de hoeveelheden gevaarlijke stoffen waardoor een bedrijf onderworpen is aan de Europese regelgeving. De Seveso-inrichtingen worden door de richtlijn opgedeeld in twee groepen, de hogedrempelbedrijven en de lagedrempelbedrijven. De hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen bepaalt of een bedrijf hoog- of laagdrempelig is. Sevesobedrijven hebben door deze richtlijn een aantal verplichtingen die ze moeten naleven, zo  moeten zij een intern noodplan opmaken,  een kennisgeving indienen,...

De gouverneur als algemene coördinator voor incidenten op de Noordzee

De gouverneur is verantwoordelijk voor een zeegebied met een oppervlakte van ongeveer 3600 km². Daarom wordt de zee ook wel eens de elfde provincie genoemd. In vergelijking met het vasteland is dit geen groot gebied. De Noordzee is één van de drukst bevaren scheepvaartroutes ter wereld. Naast containerschepen en ferry’s varen op ons stukje zee ook sleepboten, tankers, motorboten, passagiersschepen en zeiljachten. Daarenboven wordt er op de Noordzee ook zand en grind gewonnen; er wordt gevist en gebaggerd. Ook zijn er militaire oefengebieden, windmolenparken, vogelrichtlijngebieden en andere beschermde zones. Bovendien ligt het Noordzeegebied bezaaid met zandbanken, wrakken en een heel netwerk van pijpleidingen en kabels.

Voor het geval er zich een ramp op de Noordzee zou voordoen, wenst de gouverneur goed voorbereid te zijn. Daarom werd er een Algemeen Nood- en Interventieplan Noordzee (ANIP Noordzee) opgesteld. De aanpak van een noodsituatie wordt hierin beschreven.

Het plan geeft een overzicht van...

BE – Alert: laat u verwittigen bij een noodsituatie

Banner B-Alert

Bij een noodsituatie is het snel en efficiënt verwittigen van de bevolking van groot belang. Bij bijvoorbeeld een grote brand, overstroming of stroomonderbreking is het noodzakelijk dat iedereen weet wat te doen. De juiste reflexen hebben en nodige maatregelen nemen bij een noodsituatie bevorderen niet alleen de algemene veiligheid maar ook deze van elk individu.

BE – Alert is een gratis alarmeringssysteem waarmee de burgemeester, gouverneur of minister de bevolking rechtstreeks kan verwittigen in een noodsituatie.
Via SMS, een spraakoproep via de vaste telefoonlijn of e-mail kan een bericht worden gestuurd naar iedereen waarop de noodsituatie een impact heeft.
De burger kan op deze manier geïnformeerd worden over de evolutie van de noodsituatie of preventieve richtlijnen krijgen zoals bijvoorbeeld ramen en deuren sluiten bij een grote brand.

Om deze boodschappen te ontvangen, is het noodzakelijk dat u zich vooraf registreert via www.be-alert.be. Vul het inschrijvingsformulier in...

De gouverneur versus gemeentelijke noodplannen

In de wetgeving is voorzien dat de gouverneur de gemeentelijke noodplannen (ANIP en BNIP) goedkeurt. Hij kijkt na of ze beantwoorden aan de minimale inhoud die ze verplicht moeten hebben en of ze conform zijn met de provinciale noodplannen.  

Het bestaan van een provinciaal noodplan houdt niet in dat gemeenten zelf geen initiatief moet nemen voor de betreffende risico’s. Enkel in geval van een noodsituatie op de Noordzee of in een hoogdrempelig Sevesobedrijf is er meteen een provinciale fase van toepassing

Alles start met de noodcentrales!

Operatoren of calltakers in de noodoproepcentrales 112 (brandweer en medische hulp) en 101 (politie) zijn de eerste die de melding van een noodsituatie op land binnenkrijgen. Voor incidenten op zee vormt het Maritiem Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC), het centrale meldpunt.

De centrales staan in voor het alarmeren van de nodige hulpdiensten met als doel zo snel mogelijk de meest geschikte middelen ter plaatse te brengen en de coördinatie tot stand te brengen tussen de eenheden die op het terrein werken.  De noodcentrales zijn er in eerste instantie voor de burgers in nood. Maar ook voor de gouverneur vormen ze een belangrijke schakel in de verwittiging van onder andere zijn crisiscel of CC.

Provinciale plannen

Naast deze ANIP’s, is de gouverneur ook verantwoordelijk voor de opmaak van Bijzondere Nood- en Interventieplannen of BNIP’s.  BNIP’s vormen een aanvulling op het ANIP met bijkomende specifieke richtlijnen voor het bestrijden van bijzondere risico’s, die al dan niet gelokaliseerd zijn.  Sowieso is de gouverneur verplicht om BNIP’s uit te werken voor de hoogdrempelige Sevesobedrijven[VS1]  op zijn grondgebied.  Daarnaast bestaan er in West-Vlaanderen BNIP’s voor de volgende risico’s:

  • BNIP Dovo Langemark-Poelkapelle: dit plan is opgemaakt voor incidenten die zich kunnen voordoen binnen de DOVO-site in Langemark-Poelkapelle, waar de ontmijning van oorlogsmunitie gebeurt.
  • BNIP afschakelplan elektriciteit: dit plan regelt hoe we tewerk zullen gaan indien een afschakeling van elektriciteit gepland is.
  • BNIP ondergrondse leidingen: dit BNIP heeft betrekking op incidenten die zich kunnen voordoen met hoge druk aardgasleidingen gelegen in West-Vlaanderen.
  • BNIP Penitentiair Complex Brugge: dit plan is van toepassing bij een interne of externe noodsituatie in de gevangenis van
  • ...

Incident en Crisis Management System

Sinds begin 2017 zitten alle noodplanningsniveau in België samen op één digitaal veiligheidsplatform ICMS . Op dit platform kunnen hulpdiensten en overheden met elkaar informatie uitwisselen voor, tijdens en na een noodsituatie. Dit gebeurt via een logboek. Het systeem maakt ook mogelijk om een uniform visueel beeld te krijgen van de ramp door het aanmaken van een kaart. Het is enkel toegankelijk voor noodplanners en disciplines via een eigen paswoord en login.

Provinciale rampoefeningen

Rampoefeningen hebben als doel de ‘papieren’ noodplannen uit te testen in een oefenomgeving. De oefeningen geven de verschillende disciplines de kans om hun taken in te oefenen. Een stuurgroep werkt een oefenscenario uit en omschrijft de doelstellingen van de oefening.

In de provincie West-Vlaanderen zetten we voornamelijk 2 soorten oefeningen op touw:

  • Theoretische table top exercises (TTX):
    Hier worden de verschillende disciplines rond de tafel gezet. Zij dienen op papier te reageren hoe zij in werkelijkheid zouden optreden.
     
  • Terreinoefeningen:
    Hier gaat men een stap verder: de oefening wordt geënsceneerd op de locatie waar de ramp zogezegd plaatsvond én er is een reële ontplooiing van manschappen en middelen op die plaats.

In de West-Vlaamse oefenkalender zijn er jaarlijks traditioneel een drietal Seveso-oefeningen en drie reddings- en communicatie-oefeningen om de afsprakenregeling reddingen aan de Belgische kust in te oefenen, opgenomen. Daarnaast speelt de gouverneur in op...

Hoe je ook voorbereid bent, een nulrisico bestaat niet en rampen zijn niet te vermijden!

In de noodplanning spreken we over de gemeentelijke, provinciale en federale fase. Dit is afhankelijk van wie op welk niveau de beleidsbeslissingen coördineert. In de gemeentelijke fase coördineert de burgemeester de actie, in de provinciale fase activeert de gouverneur het betrokken provinciaal noodplan en in de federale fase is er sprake van een calamiteit van nationale omvang en gebeurt de coördinatie door de minister van Binnenlandse Zaken.

In overleg met de betrokken burgemeester(s) beslist de gouverneur om een noodsituatie provinciaal te coördineren, tenzij het om een incident gaat op de Noordzee of in een hoogdrempelig Sevesobedrijf waarbij meteen de provinciale fase van toepassing is.  Concreet betekent dit dat de gouverneur samenkomt met zijn crisiscel of coördinatiecomité (CC) om een aantal beleidsbeslissingen te nemen. Het CC moet vooral denken aan mogelijke escalaties van het incident, aan langetermijngevolgen, aan opvordering van bijkomende openbare en private middelen…...

Pagina's

Abonneren op noodplanning

Algemeen secretariaat van de gouverneur

Burg 3
8000 Brugge

tel.: 050/405811
fax.: 050/405800

Stuur een bericht naar de gouverneur

gouverneur@west-vlaanderen.be